Als timmerman sta ik vrijwel dagelijks op hellende daken. Een schuin dak lijkt simpel, maar de constructie bepaalt of uw dak tientallen jaren probleemloos meegaat. Bij dakrenovatie kijk ik niet alleen naar nieuwe dakpannen, maar vooral naar de dragende delen, isolatie, luchtdichtheid en de details die lekkage of warmteverlies voorkomen.
De basis van een sterke schuin dak constructie zit in de spanten of gordingen (afhankelijk van het systeem), het dakbeschot en de verbindingen. We beoordelen altijd doorbuiging, scheluwte en verankering tegen windbelasting. Ook de aansluitingen bij dakvoet, kepers en nok zijn cruciaal: daar ontstaan vaak de eerste problemen met tocht en vocht.
Voor we isoleren of nieuwe pannen leggen, inspecteren we hout op houtrot, schimmel en insectenvraat, en checken we metalen verbindingsmiddelen op corrosie. Een dakrenovatie kan meer gewicht toevoegen (isolatie, zonnepanelen, zwaardere dakpannen). In zo’n geval betrekken we zonodig een constructeur om de draagkracht en doorbuiging te toetsen, zodat u veilig en volgens de regels renoveert.
De opbouw van een hellend dak loopt grofweg van binnen naar buiten: binnenafwerking, dampremmende folie (luchtdicht), isolatie, dakbeschot of sarkingplaat, waterkerende dampopen onderdakfolie, vervolgens tengellatten, panlatten en de dakbedekking (dakpannen, leien of metalen dakplaten). Doorvoeren zoals schoorstenen, dakramen en ventilatiepijpen moeten we waterdicht en winddicht detailleren.
Wat materialen betreft: PIR biedt hoge isolatiewaarde bij beperkte dikte; minerale wol (glas- en steenwol) is betaalbaar, brandveilig en goed te verwerken; houtvezel en cellulose scoren sterk op akoestiek en warmtedemping (zomercomfort) en zijn biobased. De keuze hangt af van budget, gewenste Rc-waarde, beschikbare ruimte en uw duurzaamheidsambities.
Met goede dakisolatie bespaart u direct op de energierekening. Streef bij dakrenovatie naar een Rc-waarde van minimaal 6,0 m²K/W. Isoleren kan aan de binnenzijde (tussen/onder de sporen) of aan de buitenzijde (sarking). Buitenzijde isoleren is bouwfysisch vaak het beste: continu isolatiepakket zonder koudebruggen en minder risico op condens. Hoe dan ook: de dampremmende laag aan de warme zijde moet doorlopend en luchtdicht worden aangebracht.
