Ik sta dagelijks op daken en zie van dichtbij wat wel en niet werkt. PIR dakisolatie is een harde isolatieplaat van polyisocyanuraat met een hoge isolatiewaarde per centimeter. Dat betekent dunner isoleren en toch veel warmte vasthouden, ideaal bij dakrenovatie wanneer opbouwhoogte of dakranden beperkt zijn. PIR is vormvast, drukvast en goed te combineren met EPDM, bitumen of pannendaken. Het is een populaire keuze bij zowel platte daken als hellende daken.
Waarom ik vaak voor PIR kies in dakrenovaties: een strakke, vlakke ondergrond, snelle montage en een hoge energiebesparing. Maar eerlijk is eerlijk: geen enkel materiaal is zaligmakend. PIR is minder geluidsisolerend dan minerale wol en vraagt nauwkeurige afwerking om luchtlekken en koudebruggen te voorkomen. De kwaliteit zit hem in het systeem en de details, niet alleen in de plaat.
Bij hellende daken kun je twee kanten op: sarking (isoleren boven op de balken) of isoleren tussen de balken. Sarking met PIR legt een doorlopende isolatieschil over het hele dak. Groot voordeel: je elimineert koudebruggen van de kepers en je werkt wind- en luchtdicht aan de buitenzijde. De binnenafwerking blijft vaak onaangetast, wat prettig is als je in huis wilt blijven tijdens de dakrenovatie.
Tussen de balken isoleren met PIR kan ook, maar vraagt perfecte pasvorm en luchtdichte aansluitingen. In de praktijk combineer ik vaak: een basislaag tussen de balken en een doorlopende PIR toplaag erbovenop. Zo haal je een hoge Rc-waarde en beperk je koudebruggen. Voor platte daken gaat mijn voorkeur meestal uit naar een warm dak met PIR bovenop het dakbeschot, onder de waterdichte laag.
De gewenste Rc-waarde bij een duurzame renovatie ligt vandaag de dag meestal tussen 4,5 en 6,0 m2K/W of hoger. Met PIR kom je daar relatief slank: denk grofweg aan 120 tot 160 mm, afhankelijk van het type plaat en de lambda-waarde. Let op de schil: aansluitingen bij dakkapellen, gevels, goten en dakdoorvoeren beslissen of je het op papier haalt of in de werkelijkheid. Tape naden, gebruik geschikte compribanden en werk details zorgvuldig uit.
Koudebruggen zijn de stille vermogensvreters. Elke onderbreking in de isolatie verlaagt het rendement. Met sarking overbrug je de balken, en met een extra houtvezel- of PIR-afwerklaag kun je de warmteweerstand nog verder optrekken en tevens winddicht bouwen. Vergeet de luchtdichtheid niet: een goede dampremmende laag aan de warme zijde voorkomt convectie en dus condensrisico.
PIR is een organisch materiaal en mag nooit blootgesteld blijven. Altijd afwerken met gips of dakbedekking volgens een getest daksysteem. Rond doorvoeren en schoorstenen werken we brandveilig en dampdicht af. Op platte daken pas ik een geschikte damprem toe op het dakbeschot, daarna PIR, en daarover EPDM of bitumen. Werk je met branders op bitumen, kies dan voor brandveilige details of een scheidingslaag om schroeischade te voorkomen.
